
Voorbij de waan van de dag
Compassie of commitment?
De bel ging. Er stonden 2 meisjes voor de deur en het regende hard. Of ze me iets konden vragen? 'Ja hoor, maar kom dan even binnen staan' , nodigde ik. Ze stapten over mijn drempel; of ik ook wist van wie die kat was die om mijn huis liep te miauwen. Ongewild ontsnapte me een zucht.
' Van de buren verderop' , zei ik.
' Oohh, zijn die dan niet thuis?' vroeg de blonde.
' Jawel' , zei ik.
Met oprechte verbazing in haar blauwe ogen, alsof ik het antwoord zou moeten weten, vroeg ze me waarom de kat dan niet binnen was. Het was immers hondenweer.
Ik moest haar het antwoord schuldig blijven.
Haar vriendinnetje had haar capuchon ver over haar hoofd getrokken en ze keek nieuwsgierig mijn halletje rond.
'Geeft u de kat wel eens te eten?'. Ik verbeeldde me het vast, maar haar stem klonk wat streng en haar ogen zochten naar de attributen die bij kattenvoer hoorden.
'Nee' , zie ik ferm, ' daar begin ik niet aan, want dan blijft ze hier komen en dat wil ik niet.'
De blonde nam het verhoor nu over: ' Vindt u het dan niet zielig?'
Ik legde uit dat ik niet wist of ze miauwde om eten en ja, ik vond het wel zielig. Ik vond ik het hartstikke zielig dat dat dier altijd buiten was en kennelijk geen echt onderkomen had. Ik vond het ook vervelend voor mijzelf, want ze zat soms hele middagen voor mijn tuindeur naar binnen te kijken. Stiekem vond ik die mensen liefdeloos. Waarom nam je een dier als je het niet in huis wilde hebben!
Maar ze poepte ook vaak in mijn tuin en daar had ik dan ook weer de smoor over in. En ik zei er niets van, terwijl ik wel wist waar de kat woonde
Dit schoot allemaal door me heen, terwijl die meisjes stralende en natgeregend op mijn deurmat stonden.
Opeens dacht ik aan allerlei onderwerpen waarvoor we onze ogen en oren sluiten, terwijl we weten of vermoeden wat er aan de hand is. Mishandeling van kinderen, dreigende uitzetting van asielzoekers, mensen die worden lastig gevallen; maar ook collega's die je op hun tenen ziet lopen of een buurvrouw die het maar nauwelijks redt in haar huishouden. Om maar wat te noemen. Soms werd er door anderen wel over gepraat. Natuurlijk waren er ook mensen die wel handen uitstaken. Maar niet altijd. Niet door mij voor die kat, bijvoorbeeld. Maar ja, wat moest ik dan doen? Een beetje moralistisch mijn vingertje opsteken tegen mijn vriendelijke buren?
Terwijl ik dit allemaal in een nanoseconde stond te overpeinzen zei het meisje met de capuchon dat zij wel even gingen aanbellen. Welke buren waren het? Ik vertelde het ze en vroeg of ze een mandarijn mee wilden. Ze knikten en vroegen er ook 2 voor hun vriendinnetjes nog die buiten waren.
Ze bedankten me heel lief en verlieten mijn halletje op weg naar de buren-van-de-kat. Ik keek ze zo lang mogelijk na en vroeg alle goden en godinnen om hen bij te staan opdat hun missie zou slagen.
Zaterdag was het congres van het CDA, waarin Jacobine Geel voor meer compassie pleitte. De kritiek op dat begrip als leidraad was, dat compassie teveel gaat over mee-lijden. Dat zou ook mijn bezwaar zijn. Ik ben voor mee-leiden en mee-leven. En als ik kijk naar mijn 8-jarige buurmeisjes, stem ik veel liever voor commitment: doen, gaan staan, je verbinden.
Voor mij is dat de doorvertaling van compassie naar 2012. En in die tijd leven we.
Ineke M. Verdoner
Het CDAcongres vond plaats op 21.01.2012
' Van de buren verderop' , zei ik.
' Oohh, zijn die dan niet thuis?' vroeg de blonde.
' Jawel' , zei ik.
Met oprechte verbazing in haar blauwe ogen, alsof ik het antwoord zou moeten weten, vroeg ze me waarom de kat dan niet binnen was. Het was immers hondenweer.
Ik moest haar het antwoord schuldig blijven.
Haar vriendinnetje had haar capuchon ver over haar hoofd getrokken en ze keek nieuwsgierig mijn halletje rond.
'Geeft u de kat wel eens te eten?'. Ik verbeeldde me het vast, maar haar stem klonk wat streng en haar ogen zochten naar de attributen die bij kattenvoer hoorden.
'Nee' , zie ik ferm, ' daar begin ik niet aan, want dan blijft ze hier komen en dat wil ik niet.'
De blonde nam het verhoor nu over: ' Vindt u het dan niet zielig?'
Ik legde uit dat ik niet wist of ze miauwde om eten en ja, ik vond het wel zielig. Ik vond ik het hartstikke zielig dat dat dier altijd buiten was en kennelijk geen echt onderkomen had. Ik vond het ook vervelend voor mijzelf, want ze zat soms hele middagen voor mijn tuindeur naar binnen te kijken. Stiekem vond ik die mensen liefdeloos. Waarom nam je een dier als je het niet in huis wilde hebben!
Maar ze poepte ook vaak in mijn tuin en daar had ik dan ook weer de smoor over in. En ik zei er niets van, terwijl ik wel wist waar de kat woonde
Dit schoot allemaal door me heen, terwijl die meisjes stralende en natgeregend op mijn deurmat stonden.
Opeens dacht ik aan allerlei onderwerpen waarvoor we onze ogen en oren sluiten, terwijl we weten of vermoeden wat er aan de hand is. Mishandeling van kinderen, dreigende uitzetting van asielzoekers, mensen die worden lastig gevallen; maar ook collega's die je op hun tenen ziet lopen of een buurvrouw die het maar nauwelijks redt in haar huishouden. Om maar wat te noemen. Soms werd er door anderen wel over gepraat. Natuurlijk waren er ook mensen die wel handen uitstaken. Maar niet altijd. Niet door mij voor die kat, bijvoorbeeld. Maar ja, wat moest ik dan doen? Een beetje moralistisch mijn vingertje opsteken tegen mijn vriendelijke buren?
Terwijl ik dit allemaal in een nanoseconde stond te overpeinzen zei het meisje met de capuchon dat zij wel even gingen aanbellen. Welke buren waren het? Ik vertelde het ze en vroeg of ze een mandarijn mee wilden. Ze knikten en vroegen er ook 2 voor hun vriendinnetjes nog die buiten waren.
Ze bedankten me heel lief en verlieten mijn halletje op weg naar de buren-van-de-kat. Ik keek ze zo lang mogelijk na en vroeg alle goden en godinnen om hen bij te staan opdat hun missie zou slagen.
Zaterdag was het congres van het CDA, waarin Jacobine Geel voor meer compassie pleitte. De kritiek op dat begrip als leidraad was, dat compassie teveel gaat over mee-lijden. Dat zou ook mijn bezwaar zijn. Ik ben voor mee-leiden en mee-leven. En als ik kijk naar mijn 8-jarige buurmeisjes, stem ik veel liever voor commitment: doen, gaan staan, je verbinden.
Voor mij is dat de doorvertaling van compassie naar 2012. En in die tijd leven we.
Ineke M. Verdoner
Het CDAcongres vond plaats op 21.01.2012
